Standpunten

Expertisecentrum Euthanasie begeleidt artsen bij euthanasietrajecten van hun patiënten en verleent zorg aan hulpvragers die bij hun eigen behandelaar niet terecht kunnen. Zorgvuldig en zorgzaam.

Iedereen in Nederland met een euthanasiewens moet de mogelijkheid hebben om te laten toetsten of dat verzoek aan de wettelijke criteria voldoet. Euthanasie hoort in de eerste plaats thuis bij de eigen (huis)arts. Echter, niet elke arts kan of wil euthanasie verlenen. Uit onderzoek blijkt dat gebrek aan ervaring en twijfel over de eisen die de wet stelt belangrijke redenen zijn om een euthanasieverzoek niet zelf op te pakken. Expertisecentrum Euthanasie deelt de deskundigheid die de afgelopen jaren op het gebied van euthanasiezorg is opgebouwd met de beroepsgroep. Artsen kunnen bij ons terecht voor advies, begeleiding van euthanasietrajecten en (na)scholing. Voor hulpvragers die niet bij hun eigen behandelaar terecht kunnen – met name als het gaat om complexere euthanasieverzoeken – is Expertisecentrum Euthanasie een vangnet.

We zijn specialisten in euthanasiezorg. Waar het ons werk betreft, hebben we een duidelijke mening. Deze vindt u terug in onze standpunten:

Euthanasie bij dementie

Expertisecentrum Euthanasie gaat ervan uit dat euthanasie bij mensen met dementie mogelijk is, zolang zij nog wilsbekwaam zijn. Zijn mensen niet meer wilsbekwaam, dan wordt het verlenen van euthanasie uiterst complex.

Als iemand met dementie een euthanasiewens heeft, is het belangrijk dat hij (of zij) dit op tijd bij zijn huisarts aangeeft, met de arts doorneemt wat hij wel en niet wil en informeert hoe de arts daar tegenover staat. De wilsverklaring is een belangrijk document om het euthanasieverzoek mee te onderbouwen. Hierin geeft de hulpvrager aan wat zijn wensen zijn rondom het levenseinde. Die wensen moet hij zo concreet mogelijk formuleren. Het document mag geen onduidelijkheden of tegenstrijdigheden bevatten, anders is het niet bruikbaar. Het is belangrijk om de wilsverklaring regelmatig met de huisarts te bespreken en up-to-date te houden.

Belang van de wilsverklaring

Zolang een hulpvrager wilsbekwaam is en zijn of haar euthanasiewens zelf kan verwoorden, is een wilsverklaring niet persé noodzakelijk. Het document geeft echter inzicht in hoe de hulpvrager bij het opschrijven van de wilsverklaring dacht over euthanasie en het lijden dat voor hem of haar ondraaglijk is. Daarnaast is het een nuttig instrument om aan te tonen dat een euthanasiewens al langer bestaat en biedt het een handvat om met arts en naasten te praten over het levenseinde.

De wilsverklaring is echter geen vrijbrief voor euthanasie. De arts bepaalt of hij of zij het verzoek kan honoreren, waarbij hij of zij niet alleen tot de overtuiging moet komen dat het gaat om een vrijwillig en weloverwogen verzoek, maar ook aan de andere zorgvuldigheidseisen moet voldoen.

Euthanasie bij wilsonbekwaamheid

Bij wilsonbekwaamheid op het gebied van de doodswens is het verlenen van euthanasie extra complex. De hulpvrager kan door persoonlijkheidsverandering aangeven geen euthanasie te willen. Dan is het in de praktijk niet meer mogelijk euthanasie te verlenen, ook al is het eerder in de wilsverklaring vastgelegd. Ook kan het in een stadium van gevorderde dementie lastig zijn aan te tonen dat iemand ondraaglijk lijdt, wat één van de wettelijke eisen is waaraan de arts moet voldoen.

Dementie is een progressieve ziekte. Het kantelpunt tussen het moment waarop de hulpvrager nog kan zeggen wat hij wil en waarop dat niet meer lukt, is moeilijk te voorspellen. Patiënt en arts moeten samen op zoek naar het beste moment om euthanasie te verlenen, waarbij een euthanasieverzoek niet te vroeg wordt ingewilligd en zeker niet te laat. Is iemand eenmaal wilsonbekwaam dan wordt het voor een arts haast onmogelijk een euthanasieverzoek in te willigen.

Euthanasie bij psychiatrie

De meningen over euthanasie bij psychiatrie zijn sterk verdeeld. Expertisecentrum Euthanasie vindt dat een psychiatrisch patiënt – net als een patiënt met lichamelijke klachten – zodanig ziek kan zijn dat er geen mogelijkheden meer zijn om het lijden te verlichten. Wij kunnen ons voorstellen dat iemand dan een doodswens heeft. Euthanasie bij psychiatrie blijft echter een bijzonder ingewikkeld terrein, waar wij met extra behoedzaamheid moeten werken, omdat er zoveel valkuilen zijn. Sommige psychiatrische aandoeningen kunnen bijvoorbeeld de wilsbekwaamheid beïnvloeden of suïcidaliteit veroorzaken. Niet voor niets wordt in het euthanasietraject naast het advies van een SCEN-arts ook om een second opinion van een onafhankelijk psychiater gevraagd. Om euthanasie te mogen verlenen, moet vaststaan dat de hulpvrager wilsbekwaam is en dat er geen redelijke behandelmogelijkheden meer zijn.

Eigen behandelaar

Expertisecentrum Euthanasie vindt het belangrijk dat met een psychiatrisch patiënt met een euthanasiewens het gesprek wordt aangegaan; liefst door de eigen behandelaar. We weten uit ervaring dat door de mogelijkheden te bespreken de patiënt soms andere opties ziet dan levensbeëindiging. We motiveren de behandelaar dit gesprek te voeren en begeleiden hem als hij zelf het traject wil oppakken.

Tweesporenbeleid

We stimuleren patiënten vaak een behandeling te ondergaan die de eigen behandelaar heeft aangeraden. Op die manier volgt de patiënt twee sporen: de behandeling en het euthanasietraject. Regelmatig pakt een patiënt dan de draad naar het leven weer op. We doen dit in nauwe samenspraak met de behandelaar.

Voltooid leven

Eén van de zorgvuldigheidseisen in de Euthanasiewet is het uitzichtloos en ondraaglijk lijden. Dit lijden moet een medische grondslag hebben, zo is uit jurisprudentie gebleken. Er hoeft geen sprake te zijn van één grote ernstige medische aandoening. Een stapeling van ouderdomsaandoeningen kan ook leiden tot ondraaglijk en uitzichtloos lijden.

Naar aanleiding van het brede maatschappelijk debat over voltooid heeft de adviescommissie Voltooid Leven, met Paul Schnabel als voorzitter, in 2016 een advies uitgebracht aan de ministers van Volksgezondheid, Welzijn & Sport en van Veiligheid & Justitie. Hierin is breed ingegaan op de juridische mogelijkheden en de maatschappelijke dilemma’s rond hulp bij zelfdoding aan mensen die hun leven voltooid achten.

Verruiming van de Euthanasiewet is wat de commissie betreft onwenselijk en niet nodig. Veel van de mensen met een voltooid leven-wens (ook wel aangeduid met ‘lijden aan het leven’ of ‘klaar met leven’) hebben een opeenstapeling van ouderdomsklachten met een medische grondslag, die zorgt voor een ondraaglijk en uitzichtloos lijden. Voor de zeer kleine groep mensen met een actuele doodswens zonder dat er een medische grondslag is, ziet de commissie geen aanleiding de wet te wijzigen.