X

Vrijwillig, weloverwogen verzoek

De wet bepaalt dat de arts de overtuiging moet hebben gekregen dat er sprake is van een vrijwillig en weloverwogen verzoek van de patiënt. De wet schrijft niet voor dat het moet gaan om een schriftelijk verzoek. Een mondeling verzoek volstaat. In een situatie waarin een patiënt in het geheel niet meer kan communiceren, kan een (eerder opgestelde) schriftelijke wilsverklaring in de plaats treden van het mondelinge verzoek van de patiënt.
Belangrijk is dat de patiënt zo duidelijk mogelijk in de wilsverklaring aangeeft onder welke concrete omstandigheden zijn verzoek ten uitvoer zou moeten worden gebracht. Doet zich de situatie voor dat de patiënt zijn wil niet langer kan uiten, dan heeft de schriftelijke wilsverklaring dezelfde status als een mondeling verzoek, als bedoeld in art. 2 lid 2. van de euthanasiewet:
 
“Indien de patiënt van zestien jaren of ouder niet langer in staat is zijn wil te uiten, maar voordat hij in die staat geraakte tot een redelijke waardering van zijn belangen terzake in staat werd geacht, en een schriftelijke verklaring, inhoudende een verzoek om levensbeëindiging, heeft afgelegd, dan kan de arts aan dit verzoek gevolg geven. De zorgvuldigheidseisen, bedoeld in het eerste lid, zijn van overeenkomstige toepassing.”

Het is niet mogelijk dat een patiënt een ander machtigt om namens hem een verzoek om euthanasie te doen. Wel kunnen anderen een arts erop attenderen dat de patiënt een wens tot euthanasie heeft, zodat de arts daarover met de patiënt in gesprek kan gaan of, als de patiënt niet meer tot communicatie in staat is, een eventuele schriftelijke verklaring kan beoordelen.
Een patiënt moet een verzoek om euthanasie of hulp bij zelfdoding zelf én vrijwillig hebben geuit. Herhaling van het verzoek is geen strikte eis; soms is de situatie van de patiënt zodanig verslechterd dat herhaling niet meer mogelijk is. Wel moet de arts ervan overtuigd zijn dat de patiënt op de momenten dat hij dat verzoek uitte, wilsbekwaam was.
Wilsbekwaamheid houdt in dat de patiënt relevante informatie over zijn situatie en prognose kan begrijpen, de eventuele alternatieven kan afwegen en de gevolgen van zijn beslissing kan overzien. Bij twijfel over de wilsbekwaamheid van de patiënt ligt het voor de hand dat de arts specifiek daarover advies van een deskundige collega vraagt. 
Voor een goede beoordeling van een verzoek moet een arts een redelijk betrouwbaar beeld van de vrijwilligheid van het verzoek proberen te krijgen. Zo moet duidelijk zijn dat het verzoek van de patiënt niet wordt ingegeven door druk van anderen of van de omstandigheden. Ook moet de arts nagaan of het verzoek niet in een opwelling is gedaan of bijvoorbeeld op een (tijdelijke) depressie berust. Goede exploratie van het verzoek is geboden. Weloverwogenheid vereist bovendien dat de patiënt een goed beeld heeft van zijn ziekte, zijn medische situatie, de prognose en de eventuele alternatieve mogelijkheden.
Een arts doet er goed aan het verzoek van een patiënt meerdere malen in gesprekken aan de orde te stellen, zodat arts en patiënt een goed beeld hebben van elkaars visie en positie. Als de omstandigheden dat toelaten, is het goed om het verzoek al te bespreken als er nog geen sprake is van een ziekte of als de ziekte nog in een vroeg stadium is.

 

De wettelijke zorgvuldigheidscriteria houden in dat de arts:

  • de overtuiging heeft gekregen dat er sprake was van een vrijwillig en weloverwogen verzoek van de patiënt lees verder
  • de overtuiging heeft gekregen dat er sprake was van uitzichtloos en ondraaglijk lijden van de patiënt lees verder
  • de patiënt heeft voorgelicht over de situatie waarin deze zich bevond en over diens vooruitzichten lees verder
  • met de patiënt tot de overtuiging is gekomen dat er voor de situatie waarin deze zich bevond geen redelijke andere oplossing was lees verder
  • ten minste één andere, onafhankelijke arts heeft geraadpleegd, die de patiënt heeft gezien en schriftelijk zijn oordeel heeft gegeven over de bovengenoemde zorgvuldigheidseisen lees verder
  • de levensbeëindiging of hulp bij zelfdoding medisch zorgvuldig heeft uitgevoerd. lees verder