X

De SCEN-arts heeft de patiënt gezien en hiervan verslag gedaan. De euthanasiedatum kan worden gepland.

Belangrijke aandachtspunten in deze fase:


Voorlichting patiënt, familie en/of naasten:

In deze fase is het van belang om nogmaals uitleg te geven over de gehele procedure. Getuige zijn van overlijden maakt indruk en roept emoties op. Om die reden is voldoende uitleg over wat er gaat gebeuren voor en tijdens de uitvoering van de euthanasie, heel belangrijk. De arts zal samen met de patiënt en diens familie en/of naasten bespreken wie er aanwezig zullen zijn bij de euthanasie of hulp bij zelfdoding.
Hulp bij zelfdoding: 
Het tijdsverloop tussen inname en tijdstip van overlijden varieert per individu, maar is in verreweg de meeste gevallen minder dan 30 minuten. Soms kan het langer duren.  Geadviseerd wordt met de patiënt en de familie een maximale tijdsduur tot overlijden af te spreken. Als de patiënt dan niet is overleden, wordt alsnog overgegaan op euthanasie, intraveneuze toediening via de tevoren ingebrachte infuusnaald.

 

Apotheek

De arts regelt de middelen in nauw overleg met de apotheker. Dat wil zeggen dat hij liefst persoonlijk en ruim van te voren overlegt met de apotheker. Voor de apotheker is euthanasie misschien ook geen dagelijkse aangelegenheid, betrek hem bij de euthanasievraag. De apotheker zorgt altijd voor een noodset euthanatica. Zelfs bij de meest ervaren artsen kan er iets mis gaan. Daarom behoort iedere arts een extra set intraveneuze euthanatica en materialen voor bereiding en toediening mee te nemen.
Apothekers hebben het recht om vanwege hen moverende redenen te weigeren een euthanaticum af te leveren. Zij kunnen de arts doorverwijzen naar een andere apotheker. Tijdig overleg is dan van belang.
Hulp bij zelfdoding: 
Het is essentieel dat 12 uur van te voren wordt gestart met metoclopramide, om de kans op uitbraken van het euthanaticum zo klein mogelijk te maken. De voorkeur gaat uit naar toediening op de tijdstippen 12 uur, 6 uur en 1 uur voor de uitvoering.

 

Intraveneuze toedieningsweg

Zowel bij euthanasie als bij hulp bij zelfdoding wordt, bij voorkeur op de dag van de euthanasie zelf, een infuusnaald ingebracht. De arts kan dit uiteraard zelf doen, maar kan hiervoor ook een VTT-team of ambulancedienst inschakelen. Geadviseerd wordt een driewegkraan met verlengslang aan te laten brengen of een waakinfuus. Voordat de euthanasie plaatsvindt, is het belangrijk te controleren of de infuusnaald nog in de vene zit en niet verstopt is.

 

GGD gemeentelijk lijkschouwer 

De gemeentelijke lijkschouwer wordt van te voren op de hoogte  gebracht van de geplande euthanasie. Hij/zij kan dan rekening houden met de planning en is voorbereid op een telefoontje.

 

Dossier 

Het dossier ten behoeve van de toetsingscommissie wordt opgebouwd met de volgende informatie. Het dossier wordt overgedragen aan de gemeentelijk lijkschouwer, die vervolgens het dossier zal doorsturen naar de regionale toetsingscommissie.

  • Persoonsgegevens.
  • Relevante informatie uit het medisch journaal, in het bijzonder de aantekeningen van de euthanasiegesprekken die zijn gevoerd
  • Geschreven wilsverklaring indien aanwezig.
  • Biografie indien aanwezig.
  • Specialistenbrieven waarin een eventuele diagnose wordt bevestigd. 
  • Consultverslagen onafhankelijk deskundigen. 
  • SCEN-verslag.
  • Modelformulier: mededeling van de behandelend arts aan de gemeentelijk lijkschouwer.
  • Modelverslag: verslag van de behandelend arts aan de regionale toetsingscommissies.


Uitvoering euthanasie

Voor uitgebreide informatie wordt verwezen naar de link "praktische informatie euthanasie". Alleen specifieke aandachtspunten worden hier benoemd. 

  • Controleer altijd of het infuus nog in situ en doorgankelijk is, voordat over wordt gegaan op toediening van de euthanatica. 
  • Het is van belang dat de arts voordat hij de spierverslapper toedient, de diepte van het coma adequaat controleert, bijvoorbeeld door middel van een oogbol- of wimperreflex of door het toedienen van pijnprikkels. 
  • Bewaar nadien de originele verpakkingen van de euthanatica of de door de apotheek verstrekte toedieningsvormen. De gemeentelijk lijkschouwer moet kunnen verifiëren hoe en met welke middelen het leven is beëindigd.