Intussen bij Expertisecentrum Euthanasie…

Het zijn bijzondere tijden bij Expertisecentrum Euthanasie. We ontvangen meer euthanasieverzoeken dan ooit, terwijl we - net als de hele zorgsector - kampen met personeelsuitval als gevolg van de coronapandemie. Er wordt met man en macht gewerkt om patiënten en artsen zo goed mogelijk te blijven ondersteunen, verzekert bestuurder Sonja Kersten.

Wat zijn op dit moment de hete hangijzers in de zorg van het Expertisecentrum?

“We werken ongelofelijk hard, toch is het aantal euthanasieverzoeken niet bij te houden. We krijgen meer hulpvragen dan we aankunnen, ook van patiënten die normaal gesproken door hun eigen huisarts of specialist geholpen zouden kunnen worden. Door Covid-19 is de reguliere zorg overbelast en worden patiënten eerder naar ons doorverwezen. Dat begrijp ik, huisartsen zijn door corona overbelast en kunnen tijdsintensieve en intense euthanasietrajecten er nu moeilijk bij hebben. Maar ook onze capaciteit is beperkt, waardoor wachttijden zijn ontstaan, niet alleen voor patiënten met psychische aandoeningen ook voor hulpvragers met lichamelijke ziekten. Dat is pijnlijk, in de eerste plaats voor onze patiënten, maar ook voor de medewerkers van Expertisecentrum Euthanasie, die niets liever willen dan goede levenseindezorg bieden.”

Hoe gaan de medewerkers daarmee om?

“Het is natuurlijk een uitzonderlijke periode, mede doordat ook onze medewerkers geregeld uitvallen door corona en quarantaines, maar ook door toenemende werkdruk. Hierdoor hebben we minder artsen, verpleegkundigen en bureaumedewerkers beschikbaar. Dat wringt. We werken met honderdvijfenzestig zeer bevlogen professionals die niet voor niets dit werkveld hebben gekozen; zij willen een last resort zijn voor mensen die met hun doodswens nergens anders terecht kunnen. Als je dan niet meteen kunt helpen, doet dat pijn. Juist dan zou je elkaar bovendien nog eens extra willen steunen, maar uitgerekend dat persoonlijk contact was de afgelopen twee jaar nauwelijks mogelijk, omdat we, op de ambulante teams na, sinds de pandemie veelal thuis werken. Daarom zetten we alles in het werk om de werkomstandigheden zo goed mogelijk op peil te houden. Gelukkig mogen we nu weer meer op kantoor werken.”

Hoe houden jullie de werkomstandigheden op peil?

“In de eerste plaats natuurlijk door extra goed op de belastbaarheid van onze medewerkers te letten. Sowieso werkt bijna iedereen bij ons parttime, om dit werk aan te blijven kunnen. Het is natuurlijk een zwaar onderwerp, het gaat over leven en dood. Daarnaast hanteren we een stoplichtsysteem: artsen en verpleegkundigen die aan hun maximale draagkracht zitten, kunnen hun licht tijdelijk op rood zetten, dan krijgen zij er geen nieuwe patiënten meer bij. Verder grijpen we elke mogelijkheid aan om onze werkprocessen nog efficiënter te maken. Zo zetten we bijvoorbeeld in op multi-inzetbaarheid: een ambulant verpleegkundige die helpt triageren of een ambulant arts die helpt met het bellen naar behandelaren voor (medische) informatie. Op deze manier kunnen medewerkers voor elkaar inspringen en dat vergroot de flexibiliteit waarmee we hulp kunnen bieden. We doen dit echt samen.”

'We merken dat onze inbreng vruchten begint af te werpen. Enkele GGZ-instellingen hebben inmiddels specialistische teams opgericht voor de interne behandeling van euthanasieverzoeken.'

Al vóór de pandemie was de wachtlijst voor patiënten met psychische aandoeningen de grootste uitdaging; is er enig perspectief?

“Het aantal hulpvragen is hoog, de trajecten zijn complex en het aantal psychiaters in Nederland dat deze patiënten kan begeleiden is nog klein, ook bij ons. Dat is en blijft een grote bron van zorg. Na de aanvraag duurt het nog twee jaar voor we het onderzoekstraject kunnen opstarten. Op korte termijn kunnen we patiënten met psychische aandoeningen weinig perspectief bieden, terwijl we juist voor deze groep patiënten, die al lang lijdt en waarvan de eigen behandelaar het euthanasieverzoek veelal te complex vindt, een vangnet willen zijn. Maar grote problemen vragen om trage oplossingen; we blijven onverminderd zoeken naar verbeteringen en sturen daarbij zoveel mogelijk aan op samenwerkingen met GGZ-instellingen, zodat we een fundamentele beweging op gang kunnen brengen. Vorig jaar hebben we een relatiebeheerder aangetrokken die samen met GGZ-instellingen onderzoekt hoe de euthanasiezorg voor psychiatrische patiënten in Nederland kan worden verbeterd. Doel: patiënten worden door de instelling geholpen, indien gewenst met begeleiding van een van onze consulenten. Deze aanjagersrol van Expertisecentrum Euthanasie staat nog in de kinderschoenen, maar we merken dat onze inbreng vruchten begint af te werpen. Enkele GGZ-instellingen hebben inmiddels specialistische teams opgericht voor de interne behandeling van euthanasieverzoeken.”

De pandemie zorgt ook voor een piek aan spoedgevallen, euthanasieverzoeken van patiënten die terminaal zijn, ziet u dat op korte termijn veranderen?

“Door de overbelasting van de reguliere zorg heeft het expertisecentrum momenteel veel meer patiënten die al in de terminale fase zitten, bijvoorbeeld door kanker. Waar we kunnen, bieden we in dat late stadium uitkomst, maar op de langere duur is het natuurlijk niet houdbaar. Euthanasiezorg hoort in de eerste plaats thuis bij de reguliere behandelaar, zoals de huisarts, thuis. Het expertisecentrum is er voor de complexere trajecten die een specifieke expertise vragen, zoals euthanasieverzoeken van patiënten met psychische ziekten, dementie en stapeling van ouderdomsaandoeningen. Samen met de beroepsgroep kijken we wat er nodig is om huisartsen, ook in dit soort uitzonderlijke tijden, in staat te stellen om hun eigen patiënten te helpen.”

Helpt het dat het expertisecentrum consulenten aanbiedt om artsen te begeleiden bij euthanasieverzoeken?

“Dat draagt zeker bij. In toenemende mate weten artsen ons te vinden voor korte of uitgebreide consulten, variërend van begeleiding bij het beoordelen van een euthanasieverzoek tot en met de uitvoering, al naar gelang de behoefte. Maar het kan ook om een collegiaal overleg gaan via onze informatielijn, speciaal voor zorgprofessionals, die dagelijks van 08.00 tot 18.00 uur bereikbaar is. We blijven onze consulenten prominent aanbieden. De belangrijkste reden hiervoor is dat patiënten met de inzet van een consulent door hun eigen behandelaar geholpen kunnen worden. Dat willen patiënten het liefst, want met hem of haar hebben zij de meest vertrouwde band.”

Hoe ziet u de komende periode, zowel voor het expertisecentrum als voor de euthanasiezorg in het geheel?

“Ondanks de hoge druk, lukt het ons om veel mensen te helpen. Hun dankbaarheid voor onze zorg blijft hangen en motiveert ons om zorgvuldig, zorgzaam en zo flexibel mogelijk ons werk te doen, hoe groot de uitdagingen ook zijn. Als gevolg van de vergrijzing zal het aantal euthanasieverzoeken blijven stijgen. Daarom is het extra belangrijk dat we euthanasie breder gaan aanpakken. Dat huisartsen, psychiaters, specialisten ouderengeneeskunde, verpleeghuizen en GGZ-instellingen zich met elkaar buigen over de vraag hoe zij gezamenlijk de beste levenseindezorg kunnen bieden. Als Expertisecentrum Euthanasie zullen we daarop blijven aansturen en graag de verantwoordelijkheid nemen om onze expertise te delen.”

Tekst: Teus Lebbing © Expertisecentrum Euthanasie