X

Consultatie

Raadpleging van tenminste één andere onafhankelijke arts is bedoeld om een zorgvuldig besluitvormingsproces van de arts te bevorderen. Een dergelijke raadpleging helpt de arts om na te gaan of (al) aan de zorgvuldigheidseisen is voldaan. De arts moet het oordeel van de consulent zwaar laten wegen. Indien de arts het advies van de door hem geraadpleegde consulent niet volgt, zal hij dit moeten motiveren.
Een consulent moet onafhankelijk zijn ten opzichte van zowel de arts als de patiënt. Volgens de KNMG betekent dit bijvoorbeeld dat een praktijkgenoot, medelid van een maatschap, arts-assistent, een familielid of een arts die anderszins in een afhankelijkheidsrelatie staat tot de arts die om het consult vraagt, in principe niet in aanmerking komt om als formeel consulent op te treden. Ook de schijn van afhankelijkheid dient te worden vermeden. Er mag geen sprake zijn van een familieband of zakelijke relatie tussen arts en consulent en in beginsel ook geen samenwerkingsrelatie in bredere zin.
De onafhankelijkheid van de consulent ten opzichte van de patiënt houdt in dat er geen sprake mag zijn van een onderlinge familiebetrekking of vriendschap, dat de consulent geen medebehandelaar is. In verband met de onafhankelijkheid van de consulent is het gebruikelijk en raadzaam via de organisatie SCEN (Steun en Consultatie bij Euthanasie in Nederland) een SCEN-arts als consulent te benaderen.
Om een goed beeld te krijgen van de aandoening, het ziektebeloop en de situatie waarin de patiënt zich bevindt, moet de consulent de patiënt zelf zien. De hoofdregel is dat de consulent met de patiënt moet kunnen communiceren, bij voorkeur onder vier ogen. Echter, er zijn zeer uitzonderlijke omstandigheden denkbaar waarin een persoonlijk gesprek tussen de patiënt en de consulent niet haalbaar is. Bijvoorbeeld door een snelle en onvoorziene verslechtering van de situatie van de patiënt. De consulent kan dan ‘compensatie’ vinden in andere bronnen van informatie: het dossier, de wilsverklaring en gesprekken met anderen dan de patiënt.
Na zijn bezoek aan de patiënt moet de consulent een schriftelijk verslag maken van zijn bevindingen. Hij moet gemotiveerd beschrijven of en zo ja, waarom hij van mening is dat door de arts aan de zorgvuldigheidseisen wordt voldaan. Het is wenselijk dat de consulent uitdrukkelijk ingaat op zijn relatie tot de arts en de patiënt. De consulent draagt verantwoordelijkheid voor de eigen verslaglegging. De arts moet nagaan of het verslag van de consulent van voldoende kwaliteit is en of de consulent zijn oordeel heeft gegeven over de zorgvuldigheidseisen.

 

Beperkte houdbaarheid consultatieverslag

Er kan door omstandigheden sprake zijn van aanzienlijk tijdsverloop tussen de consultatie en de uitvoering van het verzoek van de patiënt. Dat kan met zich meebrengen dat de arts de consulent opnieuw moet raadplegen. Dit kan ofwel telefonisch ofwel dient de consulent de patiënt opnieuw te bezoeken.  Eén en ander hangt onder meer af van het tijdsverloop en van de mate waarin er sprake is van gewijzigde omstandigheden.

 

De wettelijke zorgvuldigheidscriteria houden in dat de arts:

  • de overtuiging heeft gekregen dat er sprake was van een vrijwillig en weloverwogen verzoek van de patiënt lees verder
  • de overtuiging heeft gekregen dat er sprake was van uitzichtloos en ondraaglijk lijden van de patiënt lees verder
  • de patiënt heeft voorgelicht over de situatie waarin deze zich bevond en over diens vooruitzichten lees verder
  • met de patiënt tot de overtuiging is gekomen dat er voor de situatie waarin deze zich bevond geen redelijke andere oplossing was lees verder
  • ten minste één andere, onafhankelijke arts heeft geraadpleegd, die de patiënt heeft gezien en schriftelijk zijn oordeel heeft gegeven over de bovengenoemde zorgvuldigheidseisen lees verder
  • de levensbeëindiging of hulp bij zelfdoding medisch zorgvuldig heeft uitgevoerd. lees verder