X

Geen redelijke andere oplossing

Het besluitvormingsproces is een zaak van de patiënt en de arts samen. Voor zowel de arts als de patiënt moet duidelijk zijn dat levensbeëindiging op verzoek of hulp bij zelfdoding als enige redelijke oplossing is overgebleven om het lijden weg te nemen. Het bieden van goede medische (palliatieve) zorg staat centraal bij beslissingen rond het levenseinde. Dat wil niet zeggen dat de patiënt iedere mogelijke (palliatieve) behandeling moet  benutten. Een patiënt mag een (palliatieve) behandeling of verzorging weigeren. Zo kunnen sommige (palliatieve) behandelingen bijwerkingen voor een patiënt met zich meebrengen waardoor het positieve effect van de behandeling voor de patiënt niet opweegt tegen de nadelen ervan. Een patiënt kan goede redenen hebben om palliatieve zorg te weigeren, bijvoorbeeld omdat hij niet suf wil worden (door hogere doseringen morfine) of zijn bewustzijn niet wil verliezen (door palliatieve sedatie).Ook wanneer een patiënt (angst voor) verdergaande ontluistering, afhankelijkheid en  uitzichtloosheid van zijn lijden  niet langer kan of wil verdragen, kan er sprake zijn van het ontbreken van een redelijke andere oplossing. Wel kan de weigering van een behandeloptie met een reëel perspectief tot gevolg hebben dat de arts het lijden van de patiënt niet als uitzichtloos en ondraaglijk kan aanmerken. Een reëel perspectief is een behandelingsoptie die naar huidig medisch inzicht uitzicht geeft op het verbeteren van de situatie van de patiënt, binnen een afzienbare termijn en met een redelijke verhouding tussen het resultaat en de belasting voor de patiënt. Een ingrijpende of langdurige interventie met een beperkt resultaat zal in het algemeen niet als een “redelijk alternatief” kunnen worden aangemerkt. 

 

De wettelijke zorgvuldigheidscriteria houden in dat de arts:

  • de overtuiging heeft gekregen dat er sprake was van een vrijwillig en weloverwogen verzoek van de patiënt lees verder
  • de overtuiging heeft gekregen dat er sprake was van uitzichtloos en ondraaglijk lijden van de patiënt lees verder
  • de patiënt heeft voorgelicht over de situatie waarin deze zich bevond en over diens vooruitzichten lees verder
  • met de patiënt tot de overtuiging is gekomen dat er voor de situatie waarin deze zich bevond geen redelijke andere oplossing was lees verder
  • ten minste één andere, onafhankelijke arts heeft geraadpleegd, die de patiënt heeft gezien en schriftelijk zijn oordeel heeft gegeven over de bovengenoemde zorgvuldigheidseisen lees verder
  • de levensbeëindiging of hulp bij zelfdoding medisch zorgvuldig heeft uitgevoerd. lees verder