Column van Joyce de Bruin

 

 


MARION
Ik ken Marion maar heel kort. Een sterke vrouw in een fragiel lichaam, uitgeteerd door de kanker. Bij het eerste huisbezoek ligt ze al op bed. Te moe om nog overeind te komen. Kurkdroge lippen. Ogen stralend. Nee hoor, ze heeft nu nog geen actuele wens, nog lang niet. Ze wil alleen graag wat informatie over euthanasie. Meer niet. Haar lijden is draaglijk, zegt ze. Beetje pijn, moe, misselijk. Haar woorden zijn helder. Haar lichaam verraadt een ander scenario en ondanks haar positieve kijk op de toekomst besluit ik om een SCEN-arts te consulteren.

Zondag, drie dagen later, maakt ze een ziekere indruk. Ze kan niet meer. Haar lichaam is op. Zelfs praten gaat moeizaam,woordje voor woordje. Ze heeft een lieve man die goed voor haar zorgt. Hij probeert nog: “Vanavond lekker douchen, dat vind je zo fijn”. Nee, niet meer. “Ik kan niet meer”. Zelfs ademen kost nu moeite. Dochter Marijke zit naast haar op bed. De kracht die haar moeder ooit had zit nu in haar ogen. Aanvaarden van deze ziekte, van deze situatie, het is moeilijk, maar haar moeder zo zien lijden, dat is verschrikkelijk.

Maandag, het gaat echt niet meer. Dit lichaam is op. Wanneer euthanasie? Morgen? De echtgenoot schrikt. Dat is veel te vroeg. Eergisteren spraken we nog over weken; nu zijn het uren. Alsjeblieft, nog even samen in dit leven. Dinsdag bel ik op. Hoe gaat het? Slecht. De huisarts is aanwezig en de morfine wordt opgehoogd. Marion is versuft. Er is nauwelijks contact.

Woensdag word ik gebeld: “Kan euthanasie toch vandaag? Ze wil niet meer.” Ik zucht van opluchting. Ze mag gaan.

Twee uur later, familie om haar bed. De verpleegkundige heeft een roos meegebracht. Een roos voor een roos. Een glimlach op Marions gezicht. Ik houd haar hand vast. Ben je er klaar voor? Ze knikt. Een enkele druppel narcose bereikt haar bloed. Ze opent haar ogen en blaast haar laatste adem, een hap, alsof ze het universum inademt. Dan zakt haar hoofd in het kussen en heeft ze haar lichaam verlaten. Een oerschreeuw walst over haar dochters lippen. De woonkamer lijkt te klein voor wat zich hier afspeelt. De krachten te groot. Liefde voor je moeder, die kun je niet loslaten. Een moeder blijft voor altijd bij je. Een troost die Marijke omarmt.