X

Van de fase onderzoek is sprake wanneer de patiënt een concreet euthanasieverzoek uit. Dit betekent dat er een actuele euthanasiewens is, die al dan niet met spoed onderzoek vereist. 

Belangrijke aandachtspunten in de onderzoeksfase:

Uitgebreide aantekeningen in het dossier

Beschrijf het euthanasieverzoek, de voorgeschiedenis, de actuele situatie en omstandigheden waar de patiënt zich in bevindt en benoem de zorgvuldigheidscriteria achtereenvolgens. Belangrijk is dat de arts kan verwoorden waarom en hoe hij tot de overtuiging is gekomen dat het euthanasieverzoek voldoet aan de zorgvuldigheidseisen. 

Is er een persoonlijke schriftelijke wilsverklaring en is deze up-to-date?

Zoals inmiddels uitgebreid beschreven is in het vooronderzoek, wordt in bepaalde situaties geadviseerd een geschreven euthanasieverzoek toe te voegen aan het dossier. De wilsverklaring is niet wettelijk vereist, maar kan het mondelinge euthanasieverzoek kracht bij zetten. Denk aan een fase van dementie waarbij twijfel is over de wilsbekwaamheid. Euthanasie bij gevorderde dementie is zelfs alleen maar mogelijk met een geschreven euthanasieverzoek, aangezien de patiënt  zijn verzoek zelf niet meer kan herhalen. Het geschreven euthanasieverzoek kan dan het mondelinge verzoek vervangen (artikel 2.2 wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding). Daarmee heeft de schriftelijke wilsverklaring dezelfde status als een mondeling verzoek om euthanasie. Ook bij snel progressieve ziektebeelden waarbij de patiënt steeds moeilijker verbaal of non verbaal kan communiceren, wordt aangeraden een schriftelijke wilsverklaring op te stellen.

  • Hoe duidelijk is de wilsverklaring?
  • Heeft de patiënt, toen hij nog wilsbekwaam was, de verklaring bevestigd?
  • Kan, alle omstandigheden in aanmerking nemend, worden gezegd dat de wilsverklaring een uitdrukking is van de wil van de patiënt?   
  • Zijn er uitingen van de patiënt die haaks staan op de inhoud van de wilsverklaring?
  • Is aan de overige zorgvuldigheidseisen voldaan zoveel als in de gegeven situatie feitelijk mogelijk is?

(bron: Euthanasiecode 2018)


Wordt voldaan aan de zorgvuldigheidscriteria ?

Is expertise nodig om de zorgvuldigheidscriteria kracht bij te zetten?
Voor uitgebreide informatie over de zorgvuldigheidscriteria, klik hier.
De zorgvuldigheidscriteria kunnen in sommige gevallen om extra onderzoek vragen, denk aan behandelopties en wilsbekwaamheid. In het onderdeel “onderzoek” wordt alleen ingegaan op specifieke aandachtspunten. 

Vrijwillig en weloverwogen verzoek.

Wilsbekwaamheid:

Bij twijfel over de wilsbekwaamheid ten aanzien van het euthanasieverzoek (denk aan dementie, psychiatrie, minderjarigen, patiënten met een verstandelijke beperkingen, patiënten met afasie) wordt geadviseerd een ter zake deskundige arts te raadplegen. 

Bij wilsonbekwaamheid kan een schriftelijk euthanasieverzoek in plaats treden van een mondeling verzoek, mits deze herhaaldelijk met de arts is besproken en bevestigd.

  • Verzoek door de patiënt zelf gedaan, geen onaanvaardbare invloed van anderen
  • Wilsbekwaam: inzicht in en begrip van de situatie
  • Weloverwogen verzoek: Goed voorgelicht, consistente mening, geen opwelling
  • Consistentie blijkend uit herhaald verzoek of uit andere uitingen van de patiënt
  • Een schriftelijke wilsverklaring kan in plaats treden van een mondeling verzoek

(bron: Euthanasiecode 2018)

 

Uitzichtloos en ondraaglijk lijden

Wat voor de ene patiënt nog draaglijk is, is dat voor een ander niet. Het gaat om de beleving van de individuele patiënt in het licht van zijn levens- en ziektegeschiedenis, normen en waarden en (psychische en fysieke) draagkracht. De 'ondraaglijkheid' van het lijden gaat dus niet over wat de arts zélf ondraaglijk zou achten mocht hij zich in de situatie van de patiënt bevinden, maar om wat hij, rekening houdend met het perspectief van de patiënt, ondraaglijk zou achten. Het is dus van belang de biografie van de patiënt mee te nemen in de beoordeling van het ondraaglijk lijden. Laat zo mogelijk de biografie op schrift zetten door de patiënt of indien dit niet meer mogelijk is, door de familie. 

  • Lijden heeft een medische grondslag
  • Lijden kan het gevolg zijn van psychische en fysieke aspecten
  • Lijden kan het gevolg zijn van klachten door een combinatie van aandoeningen
  • Lijden kan het gevolg zijn van klachten door een stapeling van ouderdomsaandoeningen
  • Uitzichtloosheid: er is geen reëel alternatief voor euthanasie
  • Ondraaglijk lijden: het gaat om het lijden van ‘deze’ patiënt (in relatie tot zijn levens- en ziektegeschiedenis, persoonlijkheid, waardepatroon en draagkracht). Het lijden is voor de arts invoelbaar en begrijpelijk. 
  • Lijden kan bestaan uit angst voor toekomstige achteruitgang
  • De patiënt zelf ervaart het lijden

(bron: Euthanasiecode 2018)


Voorlichting aan de patiënt

Van een weloverwogen verzoek kan alleen sprake zijn als de patiënt goed op de hoogte is van zijn gezondheidssituatie (ziekte, diagnose, prognose en behandelmogelijkheden).

  • Patiënt is voorgelicht over zijn gezondheidssituatie en de vooruitzichten
  • De arts stelt vast dat de patiënt de informatie begrepen heeft

(bron: Euthanasiecode 2018)


Ontbreken van een redelijke andere oplossing

Deze zorgvuldigheidseis, die gezien moet worden in relatie tot de uitzichtloosheid van het lijden, houdt verband met het ingrijpende en onomkeerbare karakter van euthanasie. Er is sprake van een alternatief voor euthanasie als er een reële, en voor de patiënt redelijke, uitweg is om het lijden te verzachten of weg te nemen. Een ingrijpende of langdurige interventie met een beperkt resultaat zal in het algemeen niet als een “redelijk alternatief” kunnen worden aangemerkt. 

Extra aandacht wordt gevraagd bij psychiatrie of een combinatie van somatiek en psychiatrie. Ook in dat geval moet worden beoordeeld of er nog reële behandelopties zijn. Geadviseerd wordt een onafhankelijk psychiater te raadplegen ter beoordeling van de wilsbekwaamheid en de uitzichtloosheid van het lijden van de patiënt.  Komt het euthanasieverzoek mogelijk voort uit een onderliggende depressie, waarvoor behandeling mogelijk is?

Belangrijk is een goede verslaglegging en motivatie, indien samen met de patiënt besloten wordt om af te zien van eventuele behandelopties. 

  • Gezamenlijke opvatting arts en patiënt
  • Redelijke andere oplossing, wezenlijke impact op het lijden, effect op afzienbare termijn, gedurende een langere tijd, gunstige verhouding voor- en nadelen
  • De belasting voor de patiënt beoordelen in het licht van diens specifieke omstandigheden
  • Patiënt mag altijd een (palliatieve) behandeling weigeren. Als zo’n behandeling lijden zou wegnemen, kan dit gegeven de uitvoering van euthanasie in de weg staan.
  • Weigeren van palliatieve sedatie zal in het algemeen uitvoering van euthanasie niet in de weg staan.

(bron: Euthanasiecode 2018)


Bespreken euthanasiemethode: Hulp bij zelfdoding of intraveneuze methode?

In deze fase is het belang dat de patiënt aangeeft of hij hulp bij zelfdoding of euthanasie via de intraveneuze weg wenst. Bespreek als arts beide methoden en scenario’s en maak samen met de patiënt een keuze hierin. 

Hulp bij zelfdoding
Bij hulp bij zelfdoding neemt de patiënt zelf, in bijzijn van de arts, de dodelijke drank in. De arts is aanwezig om het middel persoonlijk te overhandigen. Binnen 5 – 10 minuten zal de patiënt zijn bewustzijn verliezen. Een hoge dosis van een oraal toegediend barbituraat veroorzaakt via depressie van het ademhalingscentrum een respiratoire acidose. Dit leidt samen met een vasculaire- of cardiogene shock tot de dood. De arts blijft bij de patiënt tot de dood is ingetreden. Als het drankje niet binnen redelijke tijd de dood tot gevolg heeft, zal de arts alsnog een dodelijke injectie moeten geven. Hulp bij zelfdoding biedt de patiënt behoud van autonomie.  Sommige patiënten maken bewust de keuze van het drankje, om de arts te ontlasten. Het is een blijk van zelfbeschikking. De patiënt neemt meer eigen verantwoordelijkheid. Echter is deze methode niet altijd een optie. Denk aan patiënten met slikstoornissen of een verhoogde kans op braken. De 100 ml stroperige, bittere drank met lichte anijssmaak zal in redelijk korte tijd moeten worden gedronken. Mocht hierover twijfel zijn, wordt geadviseerd de patiënt 100 ml water in relatief korte tijd te laten drinken, zodat hierover zekerheid is. Om misselijkheid en uitbraken van het drankje te voorkomen, krijgt de patiënt metoclopramide voorgeschreven  die 12, 6 en 1 uur van te voren moet worden ingenomen. 

Euthanasie iv
Bij euthanasie dient de arts via een injectie of een infuus een middel toe dat de patiënt in een diep coma brengt. Nadat is vastgesteld dat er sprake is van een medicamenteus geïnduceerd coma, wordt een spierverslapper toegediend waardoor de ademhalingsspieren verlammen en de dood intreedt. Mocht de patiënt zelf de regie willen houden en is hulp bij zelfdoding niet mogelijk om medische redenen, kan de arts kiezen de euthanatica via een infuus of elastomeerpomp aan te sluiten aan het infuus waarbij de patiënt zelf het kraantje open kan zetten. Dit kan gezien worden als laatste uitdrukking van de wil om te sterven. De intraveneuze methode werkt aanzienlijk sneller dan de orale methode. De patiënt zal binnen 10 seconden in een diep coma geraken.