X

De wettelijke zorgvuldigheidscriteria houden in dat de arts:

  • de overtuiging heeft gekregen dat er sprake was van een vrijwillig en weloverwogen verzoek van de patiënt lees verder
  • de overtuiging heeft gekregen dat er sprake was van uitzichtloos en ondraaglijk lijden van de patiënt lees verder
  • de patiënt heeft voorgelicht over de situatie waarin deze zich bevond en over diens vooruitzichten lees verder
  • met de patiënt tot de overtuiging is gekomen dat er voor de situatie waarin deze zich bevond geen redelijke andere oplossing was lees verder
  • ten minste één andere, onafhankelijke arts heeft geraadpleegd, die de patiënt heeft gezien en schriftelijk zijn oordeel heeft gegeven over de bovengenoemde zorgvuldigheidseisen lees verder
  • de levensbeëindiging of hulp bij zelfdoding medisch zorgvuldig heeft uitgevoerd. lees verder